Degeneratieve Myelopathie

Degeneratieve Myelopathie oftewel DM is een progressieve neurologische aandoening van het ruggenmerg bij honden, vergelijkbaar met MS/ALS bij mensen.

In het ruggenmerg lopen de zenuwbanen welke de spieren aansturen. Deze zenuwen liggen in bundels gegroepeerd in de zogenoemde “witte stof”. Deze witte stof wordt aangetast, de isolatie (myeline) van de zenuwen verdwijnt en de zenuwen sterven af, waardoor de aansturing van de spieren steeds minder wordt.

Deze ziekte vangt meestal aan tussen de leeftijd van 6 en 14 jaar. De ziekte heeft een verraderlijk verloop en begint met coördinatie verlies in de achterpoten. De hond gaat waggelen, struikelen of slepen met de achterpoten. De nagels van de achterpoten slijten hard, soms tot bloedens toe. Ook incontinentie kan voorkomen.

Meestal begint het met 1 achterpoot om vervolgens over te slaan naar de andere achterpoot. Uiteindelijk bereikt de ziekte de hersenschors en kunnen de vitale functies van het lichaam uitgeschakeld worden. Het verloop van deze ziekte is vanaf de eerste tekenen tot het einde vaak 6 tot 18 maanden, maar dit hangt af van de fysieke conditie van de hond.

De diagnose van deze ziekte wordt over het algemeen gedaan door eliminatie van andere oorzaken zoals bv. Spondylose, hernia, een tumor. Een definitieve diagnose kan pas worden gesteld door autopsie.

Er is helaas geen behandeling mogelijk voor deze fatale ziekte.

DM is een aandoening die helaas ook bij de Aussie voorkomt. De Aussie staat in de statistieken van de OFA (Orthopedic Foundation for Animals) zelfs op een illustere 9e plaats, zie hieronder het overzichtje. Wel moet daarbij opgemerkt dat “slechts” 140 Aussies zijn onderzocht. Hiervan is:

Normal 61,4% Carrier 22,9% Affected 15,7%

Kijken we naar de Pembroke Welsh Corgi, het ras dat de eerste plaats in neemt qua aantal abnormale scores, dan zien we dat van dit ras 3286 honden zijn onderzocht. Hiervan is:

Normal 12,2% Carrier 35,1% Affected 52,6%

Ander onderzoek laat echter zien dat het aantal meldingen van Pembrokes die daadwerkelijk zijn gestorven als gevolg van DM, opmerkelijk laag is. Bij dit ras komen ook hernia’s voor en het is zeer goed mogelijk dat een hernia ten onrechte voor DM wordt aangezien wanneer de hond verlammingsverschijnselen laat zien.

De OFA geeft aan dat ieder ras met de beschikbare DM-test kan worden getest maar maakt daarbij een voorbehoud. Ze geeft aan dat het mogelijk is dat de genetische achtergrond van sommige rassen voorkomt dat een hond die als “affected” (lijder) is getest, daadwerkelijk de symptomen ontwikkelt. Op dit moment is de OFA dan ook terughoudend met haar aanbevelingen om deze test uit te voeren voor rassen waarbij de Universiteit van Missouri, de ontwikkelaar van de DNA-test, deze predispositie voor het ras nog niet heeft aangetoond middels microscopisch onderzoek van de “spinal cord” (ruggemerg) van honden die de symptomen van DM hebben laten zien. Dit is nog niet bij de Australian Shepherd aangetoond.

Wel bij onderstaande rassen: De American Eskimo Dog, de Berner Sennenhond, de Barzoi, de Boxer, de Welsh Corgi Cardigan, de Welsh Corgi Pembroke, de Chesapeake Bay Retriever, de Duitse Herdershond, de Golden Retriever, de Pyrenese Berghond, de Kerry Blue Terrier, de Poeder, de Mopshond, de Rhodesian Ridgeback, de Shetland Sheepdog, de Soft Coated Wheaten Terrier en de Foxterrier Draadhaar. Zowel bij de Pembroke als de Australian Shepherd zien we dat de aandoening zich op een relatief late leeftijd voordoet (8+) terwijl de aandoening zich bij andere rassen vroeger openbaart. In Amerika doet men nader onderzoek naar de ontwikkeling van DM bij Pembrokes omdat er zeer weinig meldingen bekend zijn van honden die daadwerkelijk aan DM zijn overleden. Dit is opmerkelijk omdat het ras zo’n grote groep van lijders kent. DM komt ook voor bij de Berner Sennenhond, bij dit ras blijkt echter een andere mutatie verantwoordelijk voor deze aandoening. Ook in Nederland zullen honden getest zijn, bijvoorbeeld via het Van Haeringen Laboratorium. Deze uitslagen vinden we helaas niet terug in het onderstaande overzicht van de OFA. De OFA geeft aan dat fokkers de resultaten van de DM-tests in overweging moeten nemen in hun fokkerij maar dat ze zich daarbij niet te sterk moeten focussen op DM alleen. Naar de mening van de OFA moeten DM-testresultaten één van de factoren zijn waarmee men in een evenwichtige en goed doordacht fokprogramma rekening moet houden.

DM is een aandoening waar we met elkaar opnieuw over moeten spreken. Gezien het grote percentage vrije honden en dragers zouden we nieuwe dragers uit kunnen sluiten.
Het bestuur nodigt in oktober 2017 een specialist uit om meer over deze aandoening te vertellen en uit te leggen aan de leden.
Naar aanleiding van deze lezing zal het bestuur dan ook met een voorstel komen om het fok reglement aan te vullen met regelgeving op het gebied van DM.