Flyball

Flyball is dé hondensport voor de balgekke hond en actieve baas. Het is een sport die door alle rassen beoefend kan worden. Flyball is nog een jonge sport. In 1970 werd deze sport ontwikkeld in Amerika en in 1990 werd Flyball in Nederland geïntroduceerd. Het is de enige sport binnen de hondensporten die in teamverband gespeeld wordt.

De sport wordt gespeeld in twee teams, die bestaan uit 6 baasjes, een coach en een ballenlader.

Hierdoor bestaat elk team uit 6 honden en 8 mensen. Binnen het FCI wedstrijdreglement mogen in elk team maar maximaal 2 honden van hetzelfde ras zitten. Het doel van het spel is om de hond zo snel mogelijk en foutloos de hindernisbaan af te laten leggen, waarbij op de terugweg een bal meegenomen moet worden.

Het parcours bestaat uit een 16 meter lange baan met daarop vier hindernissen. Aan het einde van de baan staat het ballenapparaat. Daarin bevindt zich “de bal” die de hond door middel van het indrukken van een pedaal aan het ballenapparaat kan “vrijspelen”. Door het indrukken van het pedaal zal de houder waar de bal inligt ontgrendeld worden en de bal hierdoor gelanceerd worden. Deze bal moet door de honden gevangen worden en vervolgens dezelfde weg mee terug genomen worden. Uiteraard moeten ook op de terugweg de horden foutloos genomen worden. Zodra de eerste hond met bal over de finish is, mag de volgende starten. Het team wat als eerste alle honden foutloos over de finish heeft is de winnaar.

 

Er bestaat ook de mogelijkheid om mee te doen met Flyball wedstrijden. Deze wedstrijden bestaan uit een ochtend en middagprogramma. Het ochtendprogramma is de kwalificatie voor de middag. Dus alleen de beste teams mogen deelnemen aan het middagprogramma.

Het ochtendprogramma wordt op tijd gelopen. elke wedstrijd bestaat uit 2 races en elke ploeg loopt tegen elke andere ploeg in dezelfde klasse. De 6 beste tijden van elke ploeg worden bij elkaar opgeteld en aan de hand van deze resultaten wordt de startvolgorde voor de middag bepaald.

’s Middags vinden de knock-out rondes plaats. Volgens een vooraf bepaald schema gaan de overgebleven teams de strijd met elkaar aan. Elke ronde bestaat uit maximaal drie races, waarvan er twee gewonnen moeten worden om door te gaan. Het verliezende team gaat de verliezersronde in. Uiteindelijk speelt de beste van de verliezers tegen het ongeslagen team de finale. Hoe verder in de wedstrijd hoe spannender het wordt, zowel voor deelnemers als publiek. Dus is je hond gek op apporteren en ben je op zoek naar een teamsport. Dan is dit misschien wel dé sport voor jou.